Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017
Onder 2.35. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:77.
Het verweer van [eiser] dat het hof in rechtsoverweging 3.23 bespreekt, betreft een beroep op rechtsverwerking dat is gegrond op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (al dan niet over de band van art. 7:611 BW). Voor het aannemen van rechtsverwerking is een enkel tijdsverloop of een enkel stilzitten van de schuldeiser niet voldoende. Vereist is dat zich bijzondere omstandigheden voordoen als gevolg waarvan ofwel bij de schuldenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser zijn aanspraak niet meer geldend zou maken, ofwel de schuldenaar in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld als de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldig zou maken. Het is daarbij op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv aan de schuldenaar om feiten en omstandigheden te stellen (en zo nodig te bewijzen) waaruit kan worden afgeleid dat aan de voorgaande vereisten is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e, en de alinea staat in dat document op bytes 70053 tot 71159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e | shasum -a 256