Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 2.40. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:77.

Dat het hof de stellingen van [eiser] dat hij na zijn aftreden als voorzitter ‘geen enkel geheim’ heeft gemaakt van zijn nevenwerkzaamheden en dat hij [betrokkene] ‘altijd op de hoogte heeft gehouden’ en ‘vaak’ ook schriftelijk verslag heeft gedaan, als te weinig concreet en specifiek heeft beoordeeld, is ook niet onbegrijpelijk en geeft evenmin blijk van een onjuiste rechtsopvatting. In dit verband is van belang dat het hof tot tweemaal toe verwijst naar de jaarlijkse schriftelijke meldplicht van [eiser] . Het hof is er klaarblijkelijk vanuit gegaan dat eventuele wetenschap bij leden van het College van Bestuur omtrent het bestaan van nevenactiviteiten en neveninkomsten van [eiser] onvoldoende was om [eiser] van die meldplicht te ontslaan (ook afgezien van de omstandigheid dat geen wetenschap vaststond omtrent de omvang van de neveninkomsten). Dat is alleszins begrijpelijk en staat klaarblijkelijk mede in verband met hetgeen het hof vervolgens in rechtsoverweging 3.23 overweegt omtrent de voormalige positie van [eiser] als voorzitter van het College van Bestuur (vergelijk hiervoor onder 2.33).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e, en de alinea staat in dat document op bytes 75797 tot 76968.