Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2017
Alinea 132 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:786.
44. Het middel steunt kennelijk op de opvatting dat de strafoplegging berust op de strafbepalingen die gelden ten tijde van het wijzen van het strafvonnis. Die opvatting is onjuist. Gelet op het legaliteitsbeginsel en de daardoor beschermde rechtszekerheid van de verdachte, dient in het materiële strafrecht in beginsel de ten tijde van het plegen van het strafbare feit geldende wetgeving te worden toegepast. Ik merk nog op dat er wel ruimte is voor toepasselijkheid van na het plegen van het strafbare feit ingevoerde wetgeving, indien en voor zover dat in het voordeel van de verdachte is, maar dat wordt in het middel niet gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9e11bed96c8dd7672fce685edd7dcb2bb8356b6fa4d28de745981cd4d659663. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9e11bed96c8dd7672fce685edd7dcb2bb8356b6fa4d28de745981cd4d659663, en de alinea staat in dat document op bytes 55509 tot 56353.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9e11bed96c8dd7672fce685edd7dcb2bb8356b6fa4d28de745981cd4d659663 | shasum -a 256