Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2017
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:786.
17. Omtrent de Nederlandse witwasbepalingen leert de wetsgeschiedenis dat het delictsbestanddeel ‘voorhanden hebben’ in art. 420bis Sr dezelfde betekenis heeft als in de helingsbepalingen. Dat is op Sint Maarten niet anders. Het onderwerpelijke delictsbestanddeel strekt zich uit tot ieder feitelijk voorhanden hebben, met welk doel of krachtens welke titel dan ook. ‘Voorhanden hebben’ veronderstelt feitelijke zeggenschap ten aanzien van het betreffende voorwerp, al is niet vereist dat het voorwerp zich in de fysieke nabijheid van de betrokkene bevindt. Daarin ligt mijns inziens ook besloten dat de verdachte een zekere bewustheid van de aanwezigheid (al dan niet in zijn fysieke nabijheid) van dat specifieke voorwerp moet hebben gehad. Het laat zich immers moeilijk denken dat men een bepaalde mate van zeggenschap over een voorwerp kan uitoefenen zonder dat men zich van de aanwezigheid van dat voorwerp in meer of mindere mate bewust is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9e11bed96c8dd7672fce685edd7dcb2bb8356b6fa4d28de745981cd4d659663. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9e11bed96c8dd7672fce685edd7dcb2bb8356b6fa4d28de745981cd4d659663, en de alinea staat in dat document op bytes 28903 tot 30126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9e11bed96c8dd7672fce685edd7dcb2bb8356b6fa4d28de745981cd4d659663 | shasum -a 256