Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:796.

24. Het hof heeft voor dat oordeel immers in aanmerking genomen (i) dat de verdachte wist dat [betrokkene 1] in 2007 recht had op loon en (ii) dat de verdachte wist dat [betrokkene 1] in 2007 bedragen had opgenomen in rekening courant. Hierdoor bestond er volgens het hof geen enkele twijfel dat minst genomen een deel van het salaris van [betrokkene 1] in dat jaar vorderbaar en inbaar was. Voorts ligt in de overwegingen van het hof besloten dat de verdachte op het moment van het indienen van het bezwaarschrift niet in de veronderstelling verkeerde dat de wijze waarop de daarin bijgevoegde aangifte is ingevuld toelaatbaar was. Het beroep op een pleitbaar standpunt stuit reeds op die vaststelling af, gelet op hetgeen hierboven over het pleitbaar standpunt is opgemerkt. De verdachte was er namelijk mee bekend dat [betrokkene 1] in ieder geval gedeeltelijk loon had genoten. De door het hof gebezigde bewijsmiddelen geven daarvan blijk. Zo was de verdachte door [betrokkene 2] geïnformeerd dat [betrokkene 1] in 2007 salaris genoot van € 13.500,- per maand (bewijsmiddel 3), en was de verdachte op 18 september 2009 geïnformeerd over de privé-opnamen door [betrokkene 1] in 2007 (bewijsmiddel 5). Uit de bewijsmiddelen 8 en 9 kan worden afgeleid dat voor de verdachte altijd uitgangspunt is geweest dat vanaf het moment dat geen cash meer werd opgenomen uit [A]/[betrokkene 1] c.s. de LB aangiften op nul gezet moesten worden, zulks terwijl [betrokkene 1] over 2007 wél loon opgenomen had. Zo blijkt uit de “Grootboekkaarten op periode, Boekjaar 07” onder meer dat [betrokkene 1] op 2 augustus 2007 tweemaal € 25.000,00 had opgenomen en dat tegenover onder meer deze opnamen op 31 december 2007 bij de post “jour.loon 2007” een bedrag van in totaal € 89.153,47 is gecrediteerd (bewijsmiddel 6). Een contante opname die in boekhoudkundige zin een schuld aan een BV is, kan in fiscaalrechtelijke zin als loon worden beschouwd. Ik wijs er daarbij op dat op de betreffende grootboekkaart met de hand de vraag is geschreven of de privé-opnamen “salaris” betreffen. Verder heeft [betrokkene 1] verklaard dat de verdachte in 2009 al bekend was met de opnamen in privé in het jaar 2007 (bewijsmiddel 11). Uit al deze omstandigheden heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat de verdachte ermee bekend was dat [betrokkene 1] in 2007 loon had genoten. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen afdoende dat het loon op eerste vordering kon worden uitbetaald en dat de verdachte daarvan ook uitging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cc73852c1b0311f1c439da1378bd5b3a122d44e87d1942330576d8d23c51b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cc73852c1b0311f1c439da1378bd5b3a122d44e87d1942330576d8d23c51b27, en de alinea staat in dat document op bytes 57414 tot 60150.