Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:8.

‘(...) Echter in het onderhavige geval heeft verzoeker onvoldoende gesteld om tot de conclusie te kunnen komen dat zijn ‘family life’ of zijn sociale identiteit of andere door artikel 8 EVRM beschermde belangen in het geding komen bij onverkorte toepassing van artikel 4 lid 4 RWN. [verzoeker] wil, zo is ter zitting verklaard, met name graag de Nederlandse nationaliteit verkrijgen om daarmee (makkelijker) in Nederland te kunnen verblijven, voor werk, studie of vakantie. De rechtbank volgt [verzoeker] in zijn stelling dat de band tussen hem en zijn Nederlandse vader bescherming verdient op grond van artikel 8 EVRM, echter gesteld noch gebleken is dat deze band door de bepalingen van artikel 4 lid 4 RWN in gevaar zou worden gebracht. [verzoeker] heeft ter zitting in dat verband gesteld dat hij en zijn vader elkaar met enige regelmaat zien. De nationaliteitskwestie staat daar los van’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507, en de alinea staat in dat document op bytes 20587 tot 21502.