Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:8.
De tweede klacht verdedigt de opvatting dat het bepaalde in art. 4 lid 4 RWN in strijd is met art. 6 lid 1 van het Europees Verdrag inzake nationaliteit (hierna: EVN) en beginsel 11 van Aanbeveling 2009/13 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Art. 6 lid 1 EVN voorziet in de mogelijkheid om het nationaliteitsgevolg van een erkenningshandeling afhankelijk te stellen van een door nationaal recht vast te stellen procedure. Het stellen van een inhoudelijke voorwaarde is echter niet toegestaan. De rechtbank heeft miskend dat het op grond van die bepaling niet is toegestaan om DNA-bewijs te eisen (al dan niet binnen een termijn van een jaar na de erkenning) in het geval van de erkenning van kinderen van zeven jaar of ouder. Daarnaast heeft de rechtbank niet gerespondeerd op deze essentiële stellingname zodat de beschikking niet naar behoren is gemotiveerd, aldus de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507, en de alinea staat in dat document op bytes 23393 tot 24351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507 | shasum -a 256