Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:8.

Om te bepalen of grond bestaat om art. 4 lid 4 RWN als onverenigbaar met art. 6 lid 1 EVN buiten toepassing te laten dient allereerst te worden nagegaan of aan art. 6 lid 1 EVN rechtstreekse werking toekomt in de zin van art. 93 en 94 Gw. De vraag in hoeverre een verdragsbepaling rechtstreekse werking toekomt, dient te worden beantwoord door uitleg daarvan. Die uitleg moet plaatsvinden aan de hand van maatstaven van de art. 31-33 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 23 mei 1969.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507, en de alinea staat in dat document op bytes 26366 tot 26945.