Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:8.
Art. 6 lid 1, aanhef en sub a, EVN is onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig omschreven om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te worden toegepast. Kinderen waarvan een van de ouders op het tijdstip van de geboorte van die kinderen de nationaliteit bezit van die staat die partij is, verwerven van rechtswege de nationaliteit van die staat. Een uitzondering kan alleen gemaakt worden ten aanzien van kinderen die in het buitenland zijn geboren. De tweede volzin van het onder a bepaalde laat de staat vrij wat betreft de in zijn nationale recht vastgelegde procedure ten aanzien van (onder meer) kinderen die erkend zijn. Deze kinderen dienen, na het volgen van een procedure, de nationaliteit van die staat te verkrijgen. De bepaling heeft dus rechtstreekse werking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507, en de alinea staat in dat document op bytes 35019 tot 35824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f14ea61d7cb7c16d3eb37512073c919b6df8c3cf436ce4b1dd95b5f81430b507 | shasum -a 256