Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:81.
Naar de Raad begrijpt gaat de gemeente Rotterdam er in haar beroep in cassatie van uit dat [X] zijn vordering ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn heeft gecedeerd aan zijn gemachtigde. De Raad heeft in de stukken niet kunnen vaststellen of dit inderdaad het geval is. Als dit inderdaad het geval is, kan de Raad zich voorstellen dat moet worden onderzocht in hoeverre artikel 6:106 lid 2 BW van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df, en de alinea staat in dat document op bytes 45977 tot 46421.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df | shasum -a 256