Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:81.

Een zeer gering financieel belang kan tot gevolg hebben dat een vergoeding achterwege blijft, ook al is de redelijke termijn overschreden, zo volgt uit r.o. 3.3.2. In dat geval mag men niet uitgaan van de veronderstelling dat die overschrijding spanning en frustratie heeft veroorzaakt, oordeelt de Hoge Raad nu, met verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In deze zaak – met een financieel belang van € 11,34 (leges) – acht de Afdeling niet aannemelijk dat de spanning en frustratie als gevolg van de overschrijding zodanig zijn dat deze een vergoeding rechtvaardigen. Hieruit maak ik op dat de Afdeling de mogelijkheid openlaat dat er ook bij een zeer gering financieel belang reden kan zijn voor toekenning van een vergoeding. De bewijslastverdeling wordt alleen anders. In zaken met een zeer gering financieel belang geldt niet dat spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade worden verondersteld, zoals het in de arresten van 10 juni 2011 wordt geformuleerd, maar kan een vergoeding toch op haar plaats zijn wanneer aannemelijk is dat de spanning en frustratie, opgeroepen door de overschrijding van de redelijke termijn, dat rechtvaardigen. Ik denk bijvoorbeeld aan principezaken. De burger zal het bewijsrisico hebben te dragen. Dat een en ander ook geldt in belastinggeschillen, leid ik af uit de in r.o. 3.3.2 gebruikte bewoordingen. Over de vraag wanneer men kan spreken van ‘een zeer gering financieel belang’, laat de Hoge Raad zich niet uit. Gaat het alleen om de absolute hoogte van het belang? Of speelt ook de financiële positie van de belastingplichtige een rol? In een belastingzaak achtte Hof Amsterdam het in geschil zijnde bedrag – € 14 aan in rekening gebrachte aanmaningskosten – ‘dermate gering’ dat hij toekenning van schadevergoeding achterwege liet; het hof achtte de overschrijding voldoende gecompenseerd met de vaststelling door de rechter dat inbreuk is gemaakt op de rechtszekerheid (Hof Amsterdam 25 juli 2013, nr. 12/00660, NTFR 2013/1656). In een andere belastingzaak merkte Rechtbank Noord-Holland een bedrag van € 54,30 aan parkeerbelasting inclusief kosten als ‘dermate gering’ aan dat het gerecht geen schadevergoeding toekende (Rb. Noord-Holland 2 januari 2014, nr. 11/3120, ECLI:NL:RBNHO:2014:47). In deze belastingzaken (en in die van de Afdeling) gaat het kennelijk alleen om de absolute hoogte van het belang. Bij bedragen in de orde van grootte van € 10 tot € 14 kunnen we wel spreken van een zeer gering financieel belang, maar is dat ook nog zo bij een bedrag van ruim € 50?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df, en de alinea staat in dat document op bytes 66666 tot 69311.