Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Onder 7.8. Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:81.

In dit verband zij verwezen naar de onder 3.1 aangehaalde machtiging. Uit deze machtiging blijkt dat belanghebbende de gevolmachtigde machtigt om de vergoeding van - onder meer de proceskosten - op diens rekening te ontvangen. Nu vaststaat dat de gemachtigde werkzaamheden heeft verricht op basis van 'no cure no pay', dat bij gegrondbevinding van het beroep kosten verschuldigd zijn die hij ontvangt door, gelet op de verleende machtiging, subrogatie in de rechten van belanghebbende inzake de vergoeding van proceskosten, geldt dat de kosten op belanghebbende drukken (vgl. HR 7 oktober 2011, nr. 10/05199, ECLI:NL:HR:2011:BT6841, BNB 2011/281 en Hoge Raad 16 november 2012, nr. 11/02517, ECLI:NL:HR:2012:BY2770, BNB 2013/41). De verklaring van de gemachtigde opgenomen in het proces-verbaal vermeld onder 3.3, wat daar verder ook van zij, doet aan dit oordeel niet af. Ook deze stelling van de Heffingsambtenaar faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df, en de alinea staat in dat document op bytes 93272 tot 94206.