Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:81.

Op zichzelf staat vast dat de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase is overschreden, zodat voor belanghebbende ter zake in principe recht op vergoeding van immateriële schade bestaat. In geschil is of er ook recht op vergoeding bestaat als deze, zoals door het College wordt betoogd, in feite (uiteindelijk) toekomt aan de gemachtigde, zijnde, kort gezegd, een ‘ no cure no pay ’-proceskostenbureau.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df, en de alinea staat in dat document op bytes 103854 tot 104315.