Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Onder 6.5. Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:81.

Het bezwaar heeft tien maanden in beslag genomen in plaats van zes en het beroep een jaar en tien maanden in plaats van een jaar en zes maanden. De heffingsambtenaar bepleit een verlenging van de redelijke termijn in bezwaar vanwege de omstandigheid dat de motivering van het bezwaar 10 weken heeft geduurd en de heffingsambtenaar met het doen van de uitspraak op bezwaar is gebleven binnen de in artikel 30, lid 2, Wet WOZ gegeven termijn. Het Hof ziet daarvoor echter geen reden omdat pas eind april 2013 tot motivering is gerappelleerd en het na indiening van de motivering vervolgens nog ruim vijf maanden heeft geduurd voordat uitspraak op bezwaar is gedaan. Er zijn ook overigens geen omstandigheden aannemelijk die aanleiding geven tot verlenging of bekorting van de termijn in bezwaar en beroep. Het bepaalde in artikel 30, lid 2, Wet WOZ vormt die aanleiding evenmin. Ook acht het Hof geen sprake van een zeer gering financieel belang, zoals de heffingsambtenaar stelt, in welke geval volstaan kan worden met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Het Hof zal daarom een schadevergoeding ten laste van de heffingsambtenaar uitspreken van € 500 en van € 500 ten laste van de Staat, de Minister van Veiligheid en Justitie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df, en de alinea staat in dat document op bytes 27499 tot 28764.