Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:81.

"Vooropgesteld moet worden dat de ratio van de vergoeding van ideële schade – een genoegdoening in de relatie tussen aansprakelijke en benadeelde – meebrengt, dat in beginsel slechts de benadeelde de desbetreffende vordering moet kunnen instellen. In zoverre heeft deze vordering een hoogstpersoonlijk karakter. Dat neemt uiteraard niet weg dat, wanneer de genoegdoening eenmaal door betaling van een zeker bedrag is voltrokken, dit bedrag zonder meer in het vermogen van de benadeelde valt, zodat het vatbaar is voor beslag of vererving en daarover vrijelijk beschikt kan worden. Dit is trouwens ook reeds het geval met de vordering wanneer zij eenmaal aanhangig is gemaakt of bij overeenkomst is vastgelegd. Aan het voormelde uitgangspunt doet dit een en ander echter niet af.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f65d48b8dac1ae47f4d88e9be42896cbe60191edfbb1b96287979c74e75632df, en de alinea staat in dat document op bytes 34470 tot 35269.