Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017
Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:82.
Wat vervolgens interessant is, is dat de belanghebbende ter ore is gekomen dat de Belastingdienst zich in het overleg met de III-groep op het standpunt heeft gesteld dat er in wezen sprake is van direct opeisbare leningen. De belanghebbende tracht die stelling van de Belastingdienst in haar voordeel te gebruiken en stelt dat daarmee de vergoeding op deze leningen dan bij haar aftrekbaar is. Het zou voor de Belastingdienst wel pijnlijk zijn dat de ‘PPL’ aan de kant van de juridische debiteur (de belanghebbende) aftrekbaar blijkt te zijn, terwijl de vergoeding als vrijgestelde opbrengsten worden behandeld bij de crediteur (III-groep). Het hof gaat hierop uiteindelijk (helaas) niet in, maar het resultaat komt hiermee wel min of meer overeen. De belanghebbende hoeft namelijk ‘slechts’ een fee voor de dienstverlening (12%) in haar fiscale resultaat op te nemen en niet het volle resultaat op de obligatieportefeuille.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce9f437cc64ff02cd73df4b4a82308a9044de4b6be279a3629672411a47564f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce9f437cc64ff02cd73df4b4a82308a9044de4b6be279a3629672411a47564f3, en de alinea staat in dat document op bytes 52072 tot 53021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce9f437cc64ff02cd73df4b4a82308a9044de4b6be279a3629672411a47564f3 | shasum -a 256