Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017
Onder 4.8 ’ Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:82.
’s Hofs oordeel over wat de partijen in de civielrechtelijke werkelijkheid in onderlinge samenhang bedoelden en zijn overeengekomen, lijkt mij in de eerste plaats uitleg van contracten en vaststelling van feiten die zich beide onttrekken aan uw kritische blik, behoudens voor zover die uitleg of vaststelling niet begrijpelijk zou zijn of het Hof buiten de rechtsstrijd zou zijn getreden. Van geen van beide lijkt mij sprake. Ik vind ’s Hofs uitleg van de feiten en van het samenstel van rechtshandelingen juist zeer begrijpelijk. Het Hof is er evenmin met het geschil vandoor gegaan. Weliswaar hebben beide partijen op enig moment in de procedure het standpunt ingenomen dat de obligatieportefeuilles ook economisch overgedragen waren aan de dochters van de belanghebbende, maar zij hebben beiden evenzeer en even krachtig het tegengestelde standpunt ingenomen. Zij hebben op dit punt gedurende de procedure van plaats gewisseld. Aanvankelijk betoogde de belanghebbende dat zij economisch eigenaar was en de Inspecteur het tegendeel; later in de procedure betoogde de belanghebbende voor het Hof en voor de Hoge Raad juist dat niet zij, maar [F] economisch eigenaar was, en de Inspecteur/de Staassecretaris juist het tegendeel. Wellicht heeft de fiscus spijt gekregen van – althans kwam hem in belanghebbendes procedure niet goed uit - de vaststellingsovereenkomst die hij – kennelijk na nationalisatie - met [F] heeft gesloten, terwijl de belanghebbende daarin juist welkome juridische steun voor een standpuntwijziging zag. Hoe dan ook, de procespartijen zijn het duidelijk niet eens geworden over de vragen hoe de contracten uitgelegd moeten worden, hoe zij samenhangen en welke bedoelingen [F] en de belanghebbende er mee hadden, met name niet over de vraag wie economisch gerechtigd was tot de obligatiepakketten en -resultaten op basis van die contracten. Bij de juridische kwalificatie van het samenstel van overeenkomsten tussen de [B] -groep en de [X] -groep is het Hof trouwens ook niet gebonden aan een mogelijk eensluidende opvatting daaromtrent van de procespartijen, nu het om een gemengd feitelijk en rechtskundig oordeel gaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce9f437cc64ff02cd73df4b4a82308a9044de4b6be279a3629672411a47564f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce9f437cc64ff02cd73df4b4a82308a9044de4b6be279a3629672411a47564f3, en de alinea staat in dat document op bytes 75779 tot 78072.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce9f437cc64ff02cd73df4b4a82308a9044de4b6be279a3629672411a47564f3 | shasum -a 256