Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:878.
Tot slot is het hof van oordeel dat het handelen van de infiltranten ook geen strijd oplevert met de door de verdediging besproken jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Immers, genoegzaam is komen vast te staan dat de opzet van verdachte (“predisposition”) reeds gericht was op het plegen van strafbare feiten. Anders dan de raadsman meent is de vraag of betrokkene 'had started acting upon his latent criminal intent before the investigation’ alleen dan een relevant element als niet kan worden vastgesteld dat er voorafgaand aan de undercoveroperatie een (objectieve) verdenking bestond dat een persoon betrokken is geweest in strafbare activiteiten of een predispositie had om soortgelijke strafbare feiten te plegen (vgl. r.o. 56 Ramanauskas v. Lithuania, EHRM 5 februari 2008, nr. 74420/01).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d, en de alinea staat in dat document op bytes 45662 tot 46546.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d | shasum -a 256