Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017

Onder 5.13. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:878.

Ik meen dat uit de jurisprudentie van het EHRM bezwaarlijk de conclusie kan worden getrokken dat het concrete strafbare feit waarvoor de verdachte wordt vervolgd op basis van bewijs dat met behulp van de undercoveroperatie is vergaard, al een aanvang moet hebben genomen op het moment dat die undercoveroperatie werd gestart. Ik wijs er in dit verband op dat het in die jurisprudentie meestal gaat om pseudokoop van drugs. Het concrete strafbare feit waartoe de pseudokoop leidt (de levering van drugs aan de undercoveragent) is, op het moment waarop de betrokkene door de undercoveragent wordt benaderd, nog niet begonnen. Zelfs met de voorbereiding ervan is nog geen begin gemaakt. Dat maakt echter niet dat naar het oordeel van het EHRM van uitlokking sprake is. Zie bijvoorbeeld de al vaker genoemde zaak Scholer tegen Duitsland. In het verlengde van het voorgaande ligt dat de door het EHRM gestelde eis dat het strafbare feit zonder de interventie van de undercoveragenten ook zou zijn gepleegd, niet zo moet worden verstaan dat het concrete delict waarop de undercoveroperatie zich richtte ook zonder die operatie zou zijn begaan. Als Scholer niet door de undercoveragent was benaderd, had hij die agent nooit amfetamine verkocht. Waarom het gaat, is dat van uitlokking sprake is als de betrokkene zonder de interventie van de undercoveragenten niet een soortgelijk feit zou hebben gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d, en de alinea staat in dat document op bytes 77268 tot 78679.