Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017

Onder 6.4. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:878.

Ik stel daarbij voorop dat de onderhavige zaak atypisch is. In § 28 van de zaak Pătraşcu tegen Roemenië merkt het EHRM op dat zijn “long-standing view” op de toelaatbaarheid van undercoveroperaties een plaats heeft in “the specific context of investigative techniques used to combat drug trafficking and corruption”. Inderdaad heeft de jurisprudentie van het EHRM over ‘police incitement’ bijna uitsluitend betrekking op drugscriminaliteit en corruptie. In de twee gevallen die ik heb kunnen vinden waarin dat anders is, ging het eveneens om delicten met een repetitief karakter. Onzeker is of en zo ja in hoeverre het EHRM undercoveroperaties toelaatbaar acht als het gaat om de bestrijding van strafbare feiten die doorgaans een meer eenmalig karakter hebben, zoals een roofoverval of een terroristische aanslag. Omdat het publieke belang bij de bestrijding van dergelijke criminaliteit minstens even groot is als het belang van het tegengaan van de handel in drugs, zie ik voorshands geen reden om aan te nemen dat het EHRM de inzet van undercoveragenten hier op voorhand zou uitsluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d, en de alinea staat in dat document op bytes 93344 tot 94527.