Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017

Onder 7.3. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:878.

In de toelichting op het middel wordt gesteld dat de verwerping van de desbetreffende verweren “onjuist, onbegrijpelijk althans toereikend gemotiveerd” is. Deze stelling wordt niet toegelicht, zodat van een klacht die zich voor bespreking in cassatie leent, eigenlijk geen sprake is. Bij welwillende lezing kan evenwel in het middel de klacht worden ontwaard dat de in de schriftuur vet afgedrukte passage (te weten: “Het is dus de opsporingsambtenaar niet verboden om een persoon aan te sporen of uit te lokken tot bepaalde handelingen, mits de uitgelokte daarmee niet werd aangezet tot iets wat niet al in zijn bedoeling lag.”) getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Ik zal daarom die klacht bespreken. De woorden “uitlokken” en “aansporen” zijn wat ongelukkig gekozen, maar nu het hof gezien het woord “dus” enkel in eigen woorden poogt weer te geven wat het Tallon-criterium inhoudt en daarbij uitdrukkelijk stelt dat de verdachte door dit handelen niet mag worden aangezet tot iets wat niet al in zijn bedoeling lag, heeft het hof kennelijk bedoelen te zeggen dat een opsporingsambtenaar een persoon wel mag brengen tot bepaalde handelingen mits het opzet van die persoon daarop reeds tevoren was gericht. Van een onjuiste rechtsopvatting getuigt deze passage dan ook niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d, en de alinea staat in dat document op bytes 102182 tot 103496.