Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017
Onder 8.9. Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:878.
Bij het voorgaande sluit aan dat het EHRM een zorgvuldig onderzoek door de rechter alleen nodig oordeelt als de beschuldiging van de verdachte dat hij is uitgelokt niet “wholly improbable” is. Dat betekent dat het enkele feit dat het bewijs door middel van een undercoveroperatie is verkregen, nog niet betekent dat de rechter tot een grondig onderzoek naar de ware toedracht is gehouden. Dat onderzoek is pas nodig als de klacht dat de verdachte is uitgelokt niet hoogst onwaarschijnlijk is. En of dat laatste het geval is, hangt weer af van de vraag of de autoriteiten erin zijn geslaagd het bewijs te leveren dat van uitlokking geen sprake is. De beoordeling in Straatsburg krijgt daardoor iets circulairs. Ter verduidelijking het volgende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d, en de alinea staat in dat document op bytes 127568 tot 128328.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ea0b4faa98504daf01d5e863681e7147af6045c3e68a937bb22e859b7e9d78d | shasum -a 256