Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885.

Het gerecht of de betrokken rechter wordt volgens vaste rechtspraak van het EHRM vermoed subjectief onpartijdig te zijn, tenzij het tegendeel is bewezen . In dat laatste slaagt [verzoeker] volgens mij niet. Het enkele feit dat de R-C vooroverleg heeft gehad met een van de bewindvoerders en dat zij een van de bewindvoerders heeft voorgedragen voor ontslag is daartoe (volstrekt) onvoldoende. Dat de rechtbank het ontslag van de bewindvoerder heeft afgewezen maakt dit niet anders. Zelfs als hieruit zou moeten worden afgeleid dat de R-C de haar toekomende bevoegdheid om een bewindvoerder voor ontslag voor te dragen (art. 224 lid 2 Fw) verkeerd zou hebben toegepast, brengt dit nog niet mee dat de R-C geacht moet worden subjectief partijdig te zijn. Verder heeft [verzoeker] onvoldoende onderbouwd waarom het feit dat de R-C tijdens de vergadering van schuldeisers van 5 oktober 2016 enkele voor hem onwelgevallige beslissingen heeft genomen zou moeten leiden tot het oordeel dat sprake is van partijdigheid. Ook hetgeen hij bij verweerschrift niet-ontvankelijkheid onder 1.8 over gebrek aan “persoonlijke onpartijdigheid” aanvoert maakt dit niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4, en de alinea staat in dat document op bytes 52860 tot 54167.