Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885.

In Ogem Holding is uitgemaakt dat art. 282 Fw strikt moet worden uitgelegd en alleen ziet op beslissingen van de rechter waartoe deze door enige bepaling van de tweede titel van de Faillissementswet uitdrukkelijk wordt geroepen. Een uitsluiting van beslissingen van een R-C als zodanig valt hierin niet te lezen . We zagen al dat de lagere rechtspraak hier verdeeld over is . De regering ging er in het voorstel van wet van de Wijzigingswet Faillissementswet van 24 november 2004 ook van uit dat R-C beschikkingen onder het rechtsmiddelenverbod van art. 282 Fw vallen door een tweede artikellid voor te stellen waarin beroep tegen beschikkingen van de R-C wordt opengesteld. Blijkens de memorie van toelichting had de regering hier mede het oog op dwangakkoord-beschikkingen volgens het nieuw in te voeren art. 268a Fw . Bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel is het voorgestelde artikellid vervolgens evenwel weer ingetrokken . Anders dan door [verzoeker] bij de rechtbank betoogd , heeft de regering die intrekking wel degelijk gemotiveerd: de beroepsmogelijkheid tegen R-C-beschikkingen in surseance zou leiden tot een te zware belasting van de rechterlijke macht .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4, en de alinea staat in dat document op bytes 55901 tot 57696.