Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885.
Ik wijs er voor een compleet beeld nog wel op dat de Amsterdamse rechtbank al eens heeft geoordeeld dat art. 282 Fw niet betekent dat de wetgever van een later in de wet gevoegde bepaling ook een hogere voorziening heeft willen uitsluiten. Het ging in die zaak om art. 241a Fw (afkoelingsperiode), in de huidige vorm ook ingevoerd bij de meerbesproken wijzigingswet uit 2004. Zoals hiervoor besproken vind ik die lijn net een stap te ver gaan, maar dat is wel de hier voorliggende keuze voor Uw Raad. Ook het Amsterdamse hof heeft overigens al geoordeeld dat het rechtsmiddelenverbod van art. 282 Fw aan appel tegen beslissingen van rechtbank en R-C inzake de afkoelingsperiode in surseance in de weg staat , met als motivering dat niet aannemelijk is dat de wetgever bij de invoering van de afkoelingsperiode in de wet zich niet bewust is geweest van het rechtsmiddelenstelsel in de Faillissementswet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4, en de alinea staat in dat document op bytes 61434 tot 62476.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4 | shasum -a 256