Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885.

Rest de vraag of de wijze waarop de R-C de uitgebrachte stemmen in het p-v heeft verwerkt en – in het kader van het cassatieberoep tegen de beslissing op het herstelverzoek – de weigering van de rechtbank om het p-v naar aanleiding daarvan te verbeteren aanleiding geeft aan te nemen dat sprake is van een fundamentele schending van rechten en/of het ten onrechte buiten toepassing laten van toepasselijke wetsbepalingen. [verzoeker] klaagt er volgens mij niet over dat de R-C art. 269 Fw niet toepast, maar dat sprake is van onjuiste toepassing. Onjuiste toepassing van een regel is geen grond voor doorbreking . Hetzelfde geldt voor de toepassing van art. 269a Fw door de rechtbank. Daar loopt het beroep op de doorbrekingsleer al op stuk. Van een fundamentele schending van rechten is bovendien volgens mij geen sprake, nu aan de hand van het p-v op de zo-even aangegeven wijze gelezen kan worden vastgesteld dat het akkoord niet is aangenomen en kan worden achterhaald hoe er door de crediteuren is gestemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4, en de alinea staat in dat document op bytes 70996 tot 72158.