Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 1 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885.

[verzoeker] klaagt in cassatie dat het niet-ontvankelijkheidsoordeel onjuist is met een beroep op analoge toepassing van art. 67 Fw. Verder richt het cassatieberoep zich tegen de overweging ten overvloede dat onvoldoende is gesubstantieerd dat de schuldeisers die tegen het akkoord hebben gestemd niet in redelijkheid tot hun beslissing hebben kunnen komen. In de derde plaats klaagt [verzoeker] voorwaardelijk (voor het geval de eerste klacht faalt) over de wijze waarop de R-C de stemming over het door [verzoeker] aangeboden akkoord heeft laten plaatsvinden, waarbij volgens [verzoeker] fundamentele rechten van hem zijn geschonden. Ik meen dat dit cassatieberoep deels niet-ontvankelijk is en voor wat het dwangakkoord betreft is aarzeling mogelijk over de vraag of dit zou moeten opgaan of niet. Dat laatste wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een niet overtuigend gemotiveerd terugkomen van de wetgever op een aanvankelijk gecreëerde beroepsmogelijkheid hangende het wetgevingsproces, zoals we zullen zien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefe94acb71b82ec2046360989c0b9480a3d0c667696a75c706c78326097f5d4, en de alinea staat in dat document op bytes 6530 tot 7568.