Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 2.10.8 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.

In ieder geval zijn er geen stukken in het geding gebracht waaruit blijkt van enige eigendom van [B] van onroerend goed in Adana, terwijl [eiseres] reeds bij tussenarrest II onder 3 erop is gewezen dat bij gebreke van bescheiden niet kan worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van [eiseres] dat drie kwekerijen van [B] waren. Vaststaat dat op de balansen van [B] geen onroerend goed in Adana stond. Dat een van de kwekerijen en/of de grond aan de bank in pand was gegeven ten behoeve van [B] is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat de eigendom bij [B] berustte, omdat het zeer wel mogelijk is dat, zoals door [betrokkene 1] is gesteld, hij ten behoeve van [B] zekerheid heeft gesteld op aan hem toebehorend onroerend goed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 109258 tot 110011.