Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 2.10.17 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.

Ad (iv) Anders dan het subonderdeel suggereert, behoefde het hof ook niet te responderen op de door [eiseres] in de conclusie van dupliek in conventie/conclusie van repliek in reconventie punten 12.4-12.7 ingenomen stelling, dat [betrokkene 1] zelf heeft gesteld dat de nieuwbouw voor zijn rekening kwam. In de conclusie van dupliek in reconventie punt 50 was immers naar voren gebracht dat deze eerdere stellingname in de akte van 5 juli 2006 onder 49, p. 44 op een misverstand tussen [betrokkene 1] en zijn raadsman berustte en dat [betrokkene 1] van meet af aan bedoeld heeft te stellen dat de kosten van de nieuwbouw voor rekening van [B] waren en ook door [B] zijn betaald. Daarbij is toegelicht wat de oorzaak van het misverstand was. Blijkens het tussenvonnis van 16 juni 2010, rov. 8.89 is de rechtbank vervolgens van deze laatstgenoemde stelling van [betrokkene 1] uitgegaan. In hoger beroep heeft [betrokkene 1] zich overigens consequent op het standpunt gesteld dat de kosten van de nieuwbouw voor rekening van [B] kwamen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 124721 tot 125831.