Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 2.10.17 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.

Ad (v) In 's hofs overwegingen ligt besloten dat het de stelling van [eiseres] dat als [B] ter zake van de nieuwbouw zelf een aanzienlijke investering had moeten doen, daarvoor de toestemming van de medeaandeelhouders zou zijn vereist en dat deze nooit is gevraagd, van onvoldoende gewicht acht om op grond daarvan de overeenkomst in de door haar voorgestane zin uit te leggen. Daarbij is mede van belang ’s hofs constatering in rov. 3.3 van Tussenarrest III, dat [B] als meerwerk betitelde werkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw voor haar rekening heeft genomen, alsmede dat [eiseres] ininzicht in de investierng wilde blijkens een fax van [betrokkene 6] aan [betrokkene 1] van 6 januari 2004. Daaruit blijkt immers dat - wat er ook zij van de formele besluitvorming - [eiseres] als medeaandeelhouder op de hoogte was van de investering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 125904 tot 126825.