Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 3.2.11 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.
In de stellingen van [betrokkene 1] ligt m.i. besloten dat hij zich beroept op lid 1 van art. 6:248 BW. Heel duidelijk is overigens niet, waarbij is aan te tekenen dat de rechtbank in zijn stellingen een beroep op art. 6:248 lid 2 BW heeft gelezen (vonnis 16 juni 2010, rov. 8.22). Ik lees daarin echter (ook) een beroep op lid 1, nu [betrokkene 1] steeds hamert op de samenhang van de verschillende overeenkomsten waarin volgens hem besloten dat [eiseres] zich niet zonder meer op de opzegging door [B] kan beroepen. Dat het in een geval als het onderhavige gaat om de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid, sluit ook aan bij het arrest Stichting Alcatel-Lucent Pensioenfonds/Alcatel-Lucent c.s. , waarin de Hoge Raad als volgt overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 155087 tot 155985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0 | shasum -a 256