Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 3.2.11 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.
“In de literatuur bestaat discussie over de vraag of het de aanvullende of veeleer de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid is die de opzegmogelijkheid in het leven roept. Ik denk dat de aanvullende werking de meest logische grondslag is. Immers, partijen zijn niet met zoveel woorden overeengekomen dat geen opzegmogelijkheid bestaat, in welk geval de derogerende werking zou moeten worden ingeroepen, maar hebben simpelweg geen voorziening getroffen voor een tussentijds beëindiging. Om die reden moet de overeenkomst worden aangevuld. Zie ook Tjong Tjin Tai in zijn noot bij HR 28 oktober 2011, NJ 2012/685 (De Ronde Venen/Stedin), die terecht onderstreept dat de Hoge Raad niet het mantra voor de derogerende werking (‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’) hanteert, zodat uitgegaan moet worden van de aanvullende werking.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 158986 tot 159939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0 | shasum -a 256