Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 3.3.3 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.
De in rov. 7 genoemde vordering betreft de vergoeding van de redelijke kosten die [eiseres] heeft moeten maken ter vaststelling van de schade als gevolg van de balansschendingen in de Koopovereenkomst. Dit valt te kwalificeren als een (wettelijke) verplichting tot vergoeding van vermogensschade (art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b BW). Zoals bij de bespreking van Onderdeel 2 van het principale cassatieberoep reeds aan de orde kwam, is het regime van art. 6:119a BW slechts van toepassing op betalingen uit hoofde van handelsovereenkomsten . De Hoge Raad heeft in 2013 geoordeeld dat de verplichting tot vergoeding van schade daartoe niet kan worden gerekend. Dit blijkt ook uit de considerans onder 13 van Richtlijn 2000/35/EG, waarop art. 6:119a BW stoelt, alsmede Kamerstukken II 2001-2002, 28 239, nr. 3, p. 10). Dit brengt mee dat de tegen rov. 7 gerichte rechtsklacht slaagt en dat, na vernietiging van de bestreden beslissing op dit punt, het bedrag van € 36.853,33 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW in plaats van de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 173945 tot 175348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0 | shasum -a 256