Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 2.7.9 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.

Voor zover het subonderdeel klaagt dat ’s hofs oordeel dát uit de proceshouding van [eiseres] ondubbelzinnig voortvloeit dat het verweer is prijsgegeven onbegrijpelijk is, omdat dit niet volgt uit de door het hof genoemde vindplaatsen, geldt dat ook deze klacht faalt. Het hiervoor bedoelde oordeel berust op ’s hofs lezing van de gedingstukken, die is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt en daarom in cassatie niet op haar juistheid kan worden getoetst. ’s Hofs oordeel is zeker niet onbegrijpelijk in het licht van de gedingstukken – in haar conclusie van dupliek punten 4.2, 5.2, 5.10-5.12 heeft [eiseres] met zoveel woorden gesteld dat de royaltyovereenkomst en de koopovereenkomst voor de aandelen niet los van elkaar kunnen worden gezien omdat met de royaltyovereenkomst een deel van de koopprijs van de aandelen moest worden voldaan – en behoefde geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 35095 tot 36018.