Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 2.7.13 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:888.
“In het algemeen behoort door de rechter niet te vlug te worden aangenomen dat een partij afstand van recht heeft gedaan, en die strekking valt zeker ook af te lezen uit de gepubliceerde rechtspraak over de ‘gedekte verweren’. Maar als een appellant nu eens verzuimt aan de geïntimeerde tegen te werpen: ‘uw nieuwe weer is door uw houding in de vorige instantie duidelijk prijsgegeven’, wat dan? Dient de appelrechter dan ambtshalve 348 Rv. toe te passen en dat verweer buiten beschouwing te laten? Ik meen van wel. Het voorschrift dient duidelijk een door de wetgever gewenste procesorde, dus het algemeen belang, en wel in die mate, dat een vanzelfsprekend ook aanwezig partij-belang (te weten de appellant die vergeet er een beroep op te doen) in vergelijking daarmee wegvalt. Maar nogmaals: de in de processtukken gebleken feiten moeten dan wel zo ‘sterk’ zijn, dus zó zwaar wegen, dat de rechter in hoger beroep niet behoeft te aarzelen het nieuwe verweer als ‘gedekt’ te kwalificeren. Er zijn gegronde bezwaren tegen dat voorschrift ingebracht. Akkoord, maar zolang het niet is opgeruimd, dient art. 48 Rv. via de openbare orde hier een rol te spelen. Een uitspraak van de Hoge Raad over deze kwestie is mij niet bekend.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 41905 tot 43228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09ef3dc3f0e62a857f9dbcfac19d78b128b336f4eefc60e56ed1b665bc962ac0 | shasum -a 256