Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:889.

Richtlijn 93/13/EEG ziet op bedingen (in de regel algemene voorwaarden) in een overeenkomst tussen een bedrijf en een consument waarover niet is onderhandeld. In cassatie dient tot uitgangspunt dat is voldaan aan deze toepassingsvoorwaarden van de Richtlijn nu Tio bij het sluiten van de overeenkomst bedrijfsmatig handelde en [verweerder] als consument en voorts over het beding niet is onderhandeld (rov. 13 en, in zoverre niet bestreden, rov. 14). De rechter dient deze bedingen (zo nodig ambtshalve) te toetsen aan de oneerlijkheidsnorm van art. 3 lid 1 en 4 lid 1 van de Richtlijn en, indien hij oordeelt dat het beding oneerlijk is, dit op grond van art. 6:233 onder a BW als onredelijk bezwarend te vernietigen. De wijze van toetsing is door het HvJEU onder meer toegelicht in zijn arresten van 14 maart 2013, C-415/11, ECLI:EU:C:2013:164, NJ 2013/374 (Aziz) en van 16 januari 2014, ECLI:EU:C:2014:10, NJ 2014/247 (Constructora Principado). Een ander is recent uiteengezet in HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773, JOR 2017/164 m.nt. C.W.M. Lieverse, rov. 3.5.1 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e, en de alinea staat in dat document op bytes 52569 tot 53656.