Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 2.23.2 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:889.

In zijn arrest van 21 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:21 (Unicaja Banco/Hidalgo Rueda), heeft het HvJEU zijn rechtspraak op een rij gezet over de gevolgen van het oordeel, dat een beding oneerlijk is. De overeenkomst moet in beginsel, zonder andere wijzigingen dan de schrapping van de oneerlijke bedingen, voortbestaan voor zover volgens de regels van nationaal recht dat voortbestaan van de overeenkomst rechtens mogelijk is (rov. 29). In verband met de afschrikkende werking die voor verkopers daarin besloten ligt dat dergelijke oneerlijke bedingen zonder meer buiten toepassing worden gelaten ten aanzien van de consument, mag de rechter het beding niet ‘herzien’ (rov. 31). De nationale rechter heeft mogelijkheid om een oneerlijk beding te vervangen door een nationale bepaling van aanvullend recht, indien de vervanging strookt met het doel van artikel 6, lid 1, van Richtlijn 93/13/EEG en het mogelijk maakt een reëel evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen bij de overeenkomst te herstellen. Deze mogelijkheid is evenwel beperkt tot gevallen waarin door de nietigheid van het oneerlijke beding de rechter verplicht zou zijn om de overeenkomst in haar geheel te vernietigen en de consument daardoor geconfronteerd zou worden met zodanige gevolgen dat hij in zijn belangen zou worden geschaad (rov. 33).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e, en de alinea staat in dat document op bytes 56237 tot 57649.