Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 1.6 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:889.

24. De vraag is of Tio recht heeft op meer. Tio beroept zich in haar grieven op artikel 7:411 lid 2 BW, waarin is bepaald dat de opdrachtnemer bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst onder omstandigheden (te weten indien het einde van de overeenkomst aan de opdrachtgever is toe te rekenen en de betaling van het volledige loon, gelet op alle omstandigheden van het geval redelijk is) recht heeft op het volledige loon. Van een situatie waarin — gelet op alle omstandigheden van het geval — redelijk is dat het volledige loon verschuldigd is, is in het onderhavige geval geen sprake. Daartoe overweegt het hof dat de reden van de opzegging weliswaar ligt in de risicosfeer van geïntimeerde, maar dat gesteld noch gebleken is dat hem van zijn ziekte een verwijt kan worden gemaakt. Voorts is het hof er niet van overtuigd dat Tio, zoals zij stelt, bij de vorming van klassen en het aangaan van verplichtingen wél rekening houdt met late aanmeldingen (zoals in dit geval door geïntimeerde), maar dat zij geen rekening kan houden met uitval (zoals in dit geval, door ziekte). Het hof acht het daarom niet redelijk dat Tio in het onderhavige geval het gehele (bedrijfs)risico van voortijdige uitval door ziekte legt bij geïntimeerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e, en de alinea staat in dat document op bytes 21674 tot 22934.