Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Onder 2.13.2 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:889.
De aan art. 7:411 BW ten grondslag liggende afbakening is in de literatuur bekritiseerd, omdat de grens tussen een beloning per eenheid tijd of prestatie en een vast loon voor de gehele opdracht soms arbitrair kan zijn. Een opdrachtnemer, bijvoorbeeld de in de literatuur veel als voorbeeld genoemde muziekleraar, zal zich er niet altijd van bewust zijn dat het voor de toepassing van artikel 7:411 BW uit zou kunnen maken of hij een pakket van 20 lessen aanbiedt als ’20 lessen á € 25 per les’ of als ’20 lessen voor € 500’. In het ene geval is er bij opzegging na bijvoorbeeld vijf lessen slechts recht op het loon dat correspondeert met de verrichte werkzaamheden terwijl in het andere geval er recht is op een redelijk loon, dat volgens art. 7:411 lid 2 BW zelfs het volle loon kan bedragen. De kritiek wordt genuanceerd in Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2014/185, omdat beide benaderingen tot dezelfde uitkomsten kunnen leiden. Bovendien zal aan de hand van een redelijke uitleg van de overeenkomst moeten worden vastgesteld wat partijen hebben afgesproken over de verschuldigdheid van het loon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e, en de alinea staat in dat document op bytes 42198 tot 43511.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e | shasum -a 256