Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Onder 2.17.2 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:889.

Volgens Du Perron mist art. 7:411 BW toepassing indien een cursist een cursus voortijdig beëindigt en de docent heeft bedongen dat het gehele lesgeld bij het begin van de cursus is verschuldigd zonder recht op restitutie, omdat (anders dan ik hierboven aannam) het loon dan niet afhankelijk is van volbrenging van de opdracht of het verstrijken van de tijd waarvoor zij is verleend. De consument-opdrachtgever wordt echter in de optiek van Du Perron beschermd voor zover het uit het lesgeld-beding voortvloeiend loon als een verkapte regeling omtrent schadevergoeding bij voortijdige beëindiging moet worden gezien, hetgeen in strijd is met artikel 7:408 lid 3 jo. 7:413 lid 1 BW. Uit art. 7:408 lid 3 BW volgt dat een particuliere opdrachtgever bij voortijdige beëindiging alleen een redelijk deel van het loon en geen verdere schadevergoeding verschuldigd kan zijn, aldus Du Perron. Daarmee leidt deze route naar mijn mening indirect naar art. 7:411 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ee53608a663d685e654f39147c996ebb7f773911a1042adaae2ff8fda48d17e, en de alinea staat in dat document op bytes 50360 tot 51396.