Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Onder 5.3.5. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:89.

Mocht het middel op de opvatting berusten dat het hof verdachtes appel, gelet op het bepaalde in art. 404 lid 5 Sv, had dienen op te vatten als niet te zijn gericht tegen de (partiële) vrijspraak van de in eerste aanleg onder 1 tenlastegelegde doch niet bewezenverklaarde - kort gezegd - deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, voor zover inhoudende het plegen van verduistering, dan merk ik op dat het daarbij uitgaat van een uitleg die het hof klaarblijkelijk niet heeft gegeven aan het in eerste aanleg onder 1 tenlastegelegde deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, “namelijk het plegen van oplichting (…) en/of het plegen van verduistering”, te weten: als zijnde louter cumulatief van aard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 87719 tot 88531.