Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Onder 5.4.12. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:89.

In de benadering van mijn ambtgenoot kan ik mij wel vinden, zodat ook ik meen dat een toetsing aan beginselen van een behoorlijke procesorde een al te onbekommerde omgang met art. 404 jo. 407 Sv kan tegengaan. In de onderhavige zaak kan wellicht ook worden betoogd dat beginselen zich verzetten tegen de ‘dubbele’ vervolging. Redenerend vanuit bijvoorbeeld het ‘litis finiri oportet’-beginsel dat mede aan de eerbiediging van het kracht van gewijsde ten grondslag ligt bevredigt het wellicht niet dat het openbaar ministerie, indien het ter zake van hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr uit is op twee veroordelingen en dat te kennen geeft door dit feit in meerdere delictsvarianten cumulatief ten laste te leggen, door middel van een wijziging tenlastelegging in hoger beroep bewerkstelligt dat een van de varianten waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken weer als zelfstandig strafbaar feit (opnieuw cumulatief dus) aan de verdachte wordt verweten, indien het OM in de eerdere vrijspraak van dat feit heeft berust.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 110287 tot 111343.