Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Onder 5.4.13. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:89.

Anders ligt het volgens mij indien het openbaar ministerie, bij twijfel of de appelrechter de gedragingen die de verdachte worden verweten als de ene, in eerste aanleg bewezenverklaarde delictsvariant zal zien, of juist als de andere delictsvariant waarvoor in eerste aanleg vrijspraak is gevolgd, ervoor kiest om beide varianten, maar dan wel in de vorm van een alternatieve tenlastelegging aan de rechter in hoger beroep voor te leggen. Het ‘litis finiri oportet’-beginsel of het daaraan verwante vertrouwensbeginsel beletten mijns inziens niet dat middels een wijziging tenlastelegging in hoger beroep wordt bewerkstelligd dat beide alternatieven als zodanig weer aan het oordeel van de appelrechter worden onderworpen, ook als tegen de vrijspraak door het openbaar ministerie geen hoger beroep is ingesteld. Een dubbele kwalificatie is dan immers, gelet op de structuur van de ‘nieuwe’ tenlastelegging, in beginsel uitgesloten. Een door de verdachte wellicht gekoesterde verwachting dat de hoger beroepsrechter die kwalificatie niet anders zal beoordelen dan de eerste rechter acht ik in het algemeen niet te zijn gerechtvaardigd bij zo’n processueel verloop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 111418 tot 112669.