Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Onder 5.4.14. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:89.

Wat betekent dit voor de onderhavige zaak? Het hof heeft geoordeeld dat art. 68 Sr en de beginselen van een behoorlijke procesorde zich niet ertegen verzetten dat het openbaar ministerie door middel van een wijziging van de tenlastelegging een reeds in eerste aanleg aangevangen vervolging ter zake van in casu oplichting voortzet met als alternatief verduistering. Zo leest het hof dus de in hoger beroep ten aanzien van de feiten 2 en 4 gewijzigde tenlastelegging die in de “en/of”-vorm is opgesteld. Al het boven overwogene in aanmerking genomen, geeft dit oordeel van het hof mijns inziens niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Daarbij merk ik op dat op het punt van een mogelijke strijd met beginselen van een behoorlijke procesorde, met name ten aanzien van het vertrouwensbeginsel, door de verdediging niet ten overstaan van het hof een concreet, onderbouwd verweer naar voren is gebracht. De eerste klacht van het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 112744 tot 113733.