Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Onder 6.6. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:89.

Het Hof heeft – zo volgt uit HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3620 – met juistheid geoordeeld dat van als heer en meester beschikken over een goed dat aan een ander toebehoort – afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval – ook sprake kan zijn (i) indien aan een ander dan de verdachte toebehorende gelden aan de verdachte zijn overgemaakt met een bepaald, al dan niet contractueel vastgelegd doel en de verdachte deze gelden tegen de afspraken in beheert of voor andere doeleinden heeft aangewend dan wel (ii) indien teruggave van die gelden door de verdachte onmogelijk is gemaakt of aanmerkelijk is bemoeilijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 119040 tot 119695.