Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Onder 6.13. Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:89.
Deze klacht mist feitelijke grondslag, nu het eraan voorbij ziet dat het in bewijsmiddel 6 genoemde geldbedrag van € 100.000,- dat [betrokkene 6] op 6 december 2007 zou hebben ingelegd betrekking heeft op de onder 1 en 2 tenlastegelegde obligatielening die [betrokkene 6] in 2007 heeft verstrekt aan [A] B.V. Dat [betrokkene 6] ook het onder 4 bewezenverklaarde bedrag van € 280.000,- als deelnemer aan C.V. [I] in 2006 heeft ingelegd, volgt uit zijn – voor het bewijs gebezigde – verklaring en het deelnemingscertificaat van 20 december 2006 , alsook uit het als bewijsmiddel 15 gebezigde geschrift getiteld “registratie slachtoffers/gedupeerden per rechtspersoon”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 126041 tot 126860.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d47bbc149b8896937fe319e62219516b3e8c97d31fd7e963cd3a5ef9433b5d7 | shasum -a 256