Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:905.
Dit onderdeel is gericht tegen rov. 7.4 en 7.5 van TA2 en rov. 16.5 van het eindarrest en ziet op het oordeel (in rov. 16.5 van het eindarrest) dat de verrijking van [eiser] kan worden gesteld op het bedrag van de door de aannemer gerekende ruwbouwkosten voor zover toe te rekenen aan het appartement. Dit leidt, na aftrek van de rechtstreekse betalingen door [eiser] aan de aannemer van in totaal € 145.277,45 (rov. 16.13), tot een hoofdelijke veroordeling van [eiser] tot betaling van een hoofdsom van € 346.308.77. Dit oordeel is volgens de klacht in nr. 15 onjuist dan wel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd, kort gezegd, omdat daarin geen rekening is gehouden met de door [eiser] gestelde betalingen van € 244.164 aan de managementvennootschap, waarmee zijn verrijking is verminderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae63b4b29adddac17433ae930a23eb6c81cba61b091bc5a648ed3864661354ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae63b4b29adddac17433ae930a23eb6c81cba61b091bc5a648ed3864661354ef, en de alinea staat in dat document op bytes 33763 tot 34613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae63b4b29adddac17433ae930a23eb6c81cba61b091bc5a648ed3864661354ef | shasum -a 256