Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Onder 2.14.1 Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:905.

De wetgever laat derhalve ruimte aan de praktijk om, voor zover de wet niet reeds in hoofdelijkheid voorziet, bij samenlopende verbintenissen de bepalingen over hoofdelijkheid analoog toe te passen. Waar onduidelijkheid kan bestaan over de vraag of uit de wet hoofdelijkheid volgt, of waar analoge toepassing van artikel 6:7 e.v. BW overwogen zou kunnen worden, zullen overwegingen van praktische aard – met name: wat zijn in het concrete geval de gevolgen van het al dan niet toekennen van hoofdelijkheid − een rol kunnen spelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae63b4b29adddac17433ae930a23eb6c81cba61b091bc5a648ed3864661354ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae63b4b29adddac17433ae930a23eb6c81cba61b091bc5a648ed3864661354ef, en de alinea staat in dat document op bytes 40434 tot 40982.