Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Onder 6.6 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907.

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA): Volgens de berekening van de staatssecretaris doet het bovenvermelde zich maximaal in 4000 gevallen voor. Dat is niet veel, op een populatie van 400.000. Toch is het een klemmend maatschappelijk probleem. Door de in de wet voorgestelde formulering worden mensen uitgesloten van een inkomen, terwijl dat in geen enkele andere regeling wordt gedaan. Dat is het verschil. Daarom vraag ik: waarom wordt er niet desnoods met een hardheidsclausule gewerkt? De introductie van de term tweedegraads bloedverwantschap mag een beeld van te grote breedheid geven, maar de staatssecretaris kan toch wel oog hebben voor de problematiek van deze relatief kleine groep mensen die geen inkomen en geen verzekering heeft en B en W toestaan, deze mensen op grond van kennelijke hardheid desnoods op individuele basis toch te helpen? Zoals het nu in de wet verboden is, bestaat daartoe geen enkele mogelijkheid. Dat is juist het probleem. Ik zoek niet een nieuwe doelgroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671, en de alinea staat in dat document op bytes 93789 tot 94821.