Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Onder 7.5 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907.

[p. 2024] Voorzitter! Ik maak allereerst een paar opmerkingen over de aanpassing van het partnerbegrip. De uitzonderingsbepaling die destijds is opgenomen met betrekking tot de bloedverwanten in de tweede graad, zou moeten vervallen, niet alleen in de AOW, maar in de gehele sociale zekerheid. Ik ga nog wat dieper in op het partnerbegrip zelf. Volgens mij zijn er namelijk goede redenen om dat partnerbegrip in de gehele sociale zekerheid op dezelfde wijze handen en voeten te geven. Van een gezamenlijke huishouding - daar praten wij dan namelijk over - kan slechts sprake zijn, indien twee ongehuwden gezamenlijk voorzien in huisvesting en beiden bovendien een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op een andere wijze in elkaars verzorging voorzien. Dat is waar wij in dit verband van uitgaan. Ik moet de heer Van Hoof en anderen nazeggen dat het voor mij dan ook niet zo vreselijk veel verschil maakt of wij te maken hebben met twee mensen die gehuwd zijn, twee vriendinnen of twee vrienden die ongehuwd samenwonen, dan wel broers en zussen die met elkaar samenwonen. Ik denk dat je, objectief gesproken, kunt vaststellen dat de onderlinge relatie van die mensen niet zozeer bepalend is tegen de achtergrond van het gekozen partnerbegrip. De gelijke behandeling in dat kader vind ik op zichzelf een goede zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671, en de alinea staat in dat document op bytes 106638 tot 107985.